Het medicinaal gebruik van kruiden zou zo oud zijn als de mensheid zelf. Tot de 18e eeuw vormde kruidengeneeskunde de gebruikelijke medische behandelwijze in het westen. De Wereldgezondheidsorganisatie schat dat kruidengeneeskunde nu over de hele wereld drie tot vier maal vaker wordt beoefend dan de reguliere geneeskunde. Ook reguliere artsen schrijven veel medicijnen voor, waarvan de basis plantaardig is.

De kennelijk veiliger benaderen van de kruidengeneeskunde sluit steeds meer aan bij de groeiende belangstelling voor ecologische producten en natuurlijke middelen. Nu is de kruidengeneeskunde opnieuw wijdverbreid en zeer populair. Talloze mensen kopen kruidenmiddelen voor lichte klachten en kwalen. Er zijn veel natuurvoedings- en reformwinkels en in veel drogisterijen is een speciale kruidenafdeling. In Nederland worden geneeskruiden vooral voorgeschreven door natuurartsen, natuurgenezers, homeopaten en soms door magnetiseurs.<!–more–>

Hoewel veel kruiden al eeuwen worden gebruikt, is de kruidengeneeskunde niet stil blijven staan. Het overwaaien van kruiden en behandelwijzen uit Amerika in de 18e en 19e eeuw werd gevolgd door verdergaand onderzoek van diverse andere planten. Internationaal wetenschappelijk onderzoek bevestigd niet alleen de helende kracht van kruiden, maar vergroot ook de kennis van nieuwe kruiden.

Toen kruidengenezers hun onderzoek meer wetenschappelijk benaderden, kwam er ook een nieuw woord voor hun werk: fytotherapie, van het Griekse phyton voor plant, en therapeuein, dat ‘verzorgen, helen’ betekent. Organisaties zoals de Nederlandse Vereniging voor Geneeskruidenonderzoek en de European Scientific Coorperative for Phytotherapy bevorderen het onderzoek naar en het gebruik van geneeskrachtige kruiden.

Kruiden genezers gebruiken alleen natuurlijke bronnen. De werkwijze van de farmaceutische industrie waarbij men zoekt naar actieve bestanddelen in planten, die er vervolgens aan worden onttrokken of worden nagemaakt, vinden zij dan ook onjuist. Zij menen dat deze werkwijze heeft bijgedragen aan het ontstaan van iatrogene ziekte in de tweede helft van de 20e eeuw. Kruidengenezers stellen dat een geneeskrachtige plant niet één werkzame stof bevat, maar een samenstelsel van stoffen. In veel gevallen biedt de hele plant een veiligere en effectievere behandeling dan geïsoleerde bestanddelen, die kunstmatig bijeen worden gehouden.

De kruidengeneeskunde beschouwt de patiënt als een individu met individuele zwakheden en behoefte, en niet als een medisch geval. De behandeling is toegespitst op specifieke en wisselende eisen, en een automatisch herhalingsrecept bestaat dan ook niet. Kruidengenezers stellen dat hun medicijnen kunnen helpen tegen de meeste ziekten, waaronder ook langdurige klachten zoals artritis, migraine en huidaandoeningen. In sommige gevallen, als plantaardige middelen alleen geen genezing kunnen brengen, krijgt een patiënt soms het advies een andere therapie te kiezen, zoals chiropractie of osteopathie.

Bij het eerste consult zal een kruidengenezer de patiënt vragen naar zijn medische voorgeschiedenis, eetgewoonten, huidige gezondheidstoestand, sportbeoefening en aanwezig stress. Of er wordt aan de patiënt gevraagd om een amnese formulier in te vullen. Er volgt een onderzoek en de bloeddruk wordt gemeten. Dan krijgt men adviezen ter verbetering van de algehele gezondheid. Tot slot zal de kruidengeneeskundige een middel voorschrijven in de vorm van een tinctuur, lotion, crème of zalf. Het recept kan bij volgende bezoeken worden aangepast of veranderd. Een eerste consult duurt gewoonlijk een uur en de volgende afspraken een half uur.

Over het algemeen werken geneeskruiden langzamer dan reguliere geneesmiddelen, omdat ze minder geconcentreerd zijn. Dat geldt met name bij langdurige klachten. Zodra de kruiden echter het natuurlijk genezend vermogen van het lichaam beginnen te versterken, gaan patiënten zich vaak beter voelen. Kruidengenezers proberen niet alleen specifiek ziekten te genezen, maar ook de algehele gezondheid en vitaliteit van de patiënt te herstellen. Kruidengeneeskunde heeft veel gemeen met naturopathie. Beide achten het voorkomen van ziekte minstens zo belangrijk als het behandelen.

Kruidengeneeskunde kan worden beschouwd als de voorloper van de moderne farmacologie en veel krachtige medicijnen zijn afgeleid van kruiden. Net als medicijnen zijn kruiden niet altijd zo veilig als sommige therapeuten suggereren. Verder is de bewering dat ze holistisch zouden zijn, niet geheel juist. Eén blik in een kruidenboek toont aan, dat ook kruidengenezers de symptomen behandelen. Toch schuilt er veel wijsheid en kennis in de algemene benadering van de kruidengeneeskunde en kruiden hebben ongetwijfeld minder bijwerkingen.